Sint-Maarten: een eeuwenoude superheld

Na uren te hebben geknutseld aan een fragiel lampionnetje van ijzerdraad en crêpepapier, mocht je dan eindelijk met jouw vriendjes de straat op, om al zingend langs de deuren te gaan en te bedelen voor goedkoop snoepgoed. Dat was héél spannend natuurlijk, want in het hele dorp had men de lichten uitgedaan om jullie bonte stoet te kunnen bewonderen. Die avond sloten jullie dan gezellig af bij een groot Sint-Maartensvuur aan de rand van het dorp, onder het genot van een kop warme chocomel en een speculaaskoek. Voor wie roept dit nu géén warme gevoelens van nostalgie op? 

Er lijken weinig feesten te bestaan die zo oer-Hollands zijn als het Sint-Maartensfeest (11 november). Naast Sint-Nicolaas van Myra – beter bekend als ‘Sinterklaas’ onder sommigen – is Sint-Martinus van Tours één van de meest voorkomende patroonheiligen van ons land. Met 37 parochiekerken1 op zijn naam en uitbundige vieringen in grote steden, zoals Groningen en Utrecht (zie foto), vraag jij je misschien ook af waarom hij eigenlijk zo populair is. Dat gaan we vandaag uitzoeken.

Sint-Maarten wordt ieder jaar in een grote lampionnenoptocht door de binnenstad van Utrecht gedragen (foto door J. de Boer, bron: Stichting Sint Maarten Utrecht)

Een Romeinse apostel
Martinus van Tours (316-397 n. Chr.) was een Romeinse bisschop van de vroeg-christelijke kerk, afkomstig uit Savaria (huidig Hongarije, bij de Oostenrijkse grens). Alles wat we over hem weten is afkomstig uit de hagiografie van de Gallo-Romeinse geschiedschrijver Sulpicius Severus (363-425 n.Chr.), die na de dood van de bisschop de belangrijkste gebeurtenissen uit zijn leven opsomden. De biograaf was duidelijk een groot fan van Martinus, want in zijn ogen was hij een échte leerling van Christus (een apostel), die door de Heer zelf was uitverkoren om het evangelie onder de heidenen van Zuid-Gallië (huidig Frankrijk) te verspreiden.2

De boodschap van Martinus stond dan ook met name in het teken van de kerstening. Naast het bekende verhaal van Sint-Maarten en de bedelaar vertelt Severus ons een aantal legendes die dit illustreren. In een verhaal weigerde Martinus te vechten tegen de Germanen, waarna God zorgde dat zij zich vrijwillig overgaven. In een andere vertelling hakte Martinus een heilige boom om, waarna de heidenen die zich hier tegen verzetten bijna geveld werden door de vallende boomstam.3 Verder verrichtte hij nog een aantal wonderen, zoals het genezen van zieken, het verrijzen van de doden, het temmen van wilde beren en het uitdrijven van boze geesten.4 Hiermee leek Severus de krachten van de bisschop haast gelijk te stellen aan die van Christus zelf.

Standbeeld van Martinus van Tours aan de Oude Gracht in Utrecht. Sint-Maarten bedwingt de duivel, hier voorgesteld als een serpent (foto door M. van Wifferen, bron: Mythisch Utrecht)

Nu beseffen wij – de moderne mens – natuurlijk dat de verhalen van Severus met een flinke korrel zout genomen moeten worden, maar voor het middeleeuwse publiek was dit niet zo helder. De Britse cultuurhistoricus Keith Thomas wijst ons erop dat de katholieke kerk voor de reformatie doordrenkt was met magisch denken. Het geloof in de bovennatuurlijke kracht van een heilige was een gevestigde waarheid en de legende over zijn leven werd net zo meeslepend ervaren als een spannend boek of film in onze tijd.5 Kortom, Sint-Maarten was dus een soort middeleeuwse superheld, die ten strijden trok tegen duivels en heidenen en overwon.

Germaanse connecties?
Ironisch genoeg schijnen veel elementen van het gelijknamige feest een Germaanse oorsprong te hebben. Volgens de Vlaamse auteur en religiehistoricus Jo Claes zou 11 november vanaf de vroege middeleeuwen al de dag zijn geweest waarop de laatste oogst naar binnen werd gehaald. In navolging van de Germaanse stammen zou op die dag grote strovuren worden ontstoken om een zege te vragen voor het komende oogstjaar.6 Kinderen mochten dan langs de vers bevoorraadde boerderijen om te bedelen voor hout, turf, appels en noten.7 Deze waren bedoelt voor het ontsteken van het Sint-Maartensvuur en het daarbij behorende feest.

Maar hoe kan het toch zijn dat een duiveluitdrijvende Romeinse soldaat, die het leven van heidenen zuur maakte, verbonden werd met een Germaans oogst- en bedelfeest? Volgens dr. John Helsloot van het Meertens Instituut hebben verschillende etnologische onderzoeken dan ook reeds bewezen dat er geen enkele connectie bestaat tussen Sint-Maarten en heidense vreugdevuren.8 Dit is volgens hem een hardnekkig broodje-aap-verhaal, dat al sinds 1871 in de volkskunde de rondte doet. Het is logischer dat het Sint-Maartensfeest ontstaan is als een puur christelijk volksfeest dat gevierd werd vlak vóór het begin van de Vastenperiode, die voorafging aan kerst. Net als bij carnaval, mochten mensen zich nog eenmaal tegoed doen aan drank en lekkernijen, voordat de barre winter begon.

Sint-Maartensvuur ontstoken in Vlaams-Brabant (bron: Het Nieuwsblad 2013)

Volgens muziekwetenschapper Marita Kruijswijk gingen deze uitbundige feesten vaak gepaard met veel onrust, vernielingen en vechtpartijen. De vroegste vermelding hiervan stamt uit 1443, waarin het stadsbestuur van Dordrecht ouders oproept hun kinderen in bedwang te houden bij het bouwen van Sint-Maartensvuren.9 Jongeren keken vaak al weken uit naar Sint-Maarten en de voorbereidingen op het feest werden bloedserieus genomen.

Van Romein naar volksheld
Hoewel de Sint-Maartensvuren dus zeker een aantal eeuwen terug gaan, wijzen zowel Helsloot als Kruijswijk ons erop dat de traditie van het ‘lopen met lampjes’ helemaal nog niet zo oud is. Pas sinds de jaren ’20 van de 20e eeuw werden lampionenoptochten langzaamaan een volksgebruik. In het kader van de Verzuiling (jaren ’20 – jaren ’60) was Sint-Maarten een middel om de katholieke identiteit en betrokkenheid binnen jongerenorganisaties te vergroten.10 Lampjes en gezelligheid waren hét lokmiddel om de jeugd in de donkere dagen aan de Kerk te binden.

In dit licht is het niet heel verwonderlijk dat Sint-Maarten – net zoals ‘zijn verre neef’ Sinterklaas – met de tijd een heel populair volksfiguur is geworden, dat feitelijk volledig losstaat van het historisch figuur van Martinus van Tours. Deze fictieve, christelijke held werd verankerd in het collectieve bewustzijn als een symbool van vreugde, saamhorigheid en vrijgevigheid en voor de gewone mensen gaf dit hem een grote sentimentele waarde – vergelijkbaar met de Kerstman, Sinterklaas of de Paashaas.

Nieuwsgierig naar de connectie tussen Sint-Maarten en andere lichtfeesten?
Lees dan ook dit artikel

  1. Zie naslagwerken, Katholiek Nederland (2008)
  2. A. van den Akker, ‘Martinus van Tours’, Heiligen.net (26 juli 2016)
  3. Jacobus de Voragine, Legenda Aurea (ca. 1290), volgens Sulpicius Severus
  4. P. Lateur, Het leven van Sint-Maarten (Houten 1997), p. 45-46
  5. K. Thomas, Religion and the Decline of Magic (London 1971), p. 33-35
  6. J. Claes, e.a., Beschermheiligen in de Lage Landen (Leuven 2006), p. 120
  7. Ibidem, p. 19
  8. Dr. J.I.A. Helsloot, ‘Sint Maarten’, in Meertens Instituut: Onderzoek en documentatie van Nederlandse taal en cultuur (15 februari 2007)
  9. M.F.W. Kruijswijk & M. Nesse, Nederlandse jaarfeesten en hun liederen door de eeuwen heen (Hilversum 2006), p. 193
  10. Helsloot, ibidem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *