De Duitse invasie: 5 dagen oorlog

Op 10 mei jongstleden was het precies 77 jaar geleden dat Nazi-Duitsland Nederland binnenviel. Ons kleine landje werd daarmee voor het eerst in ruim 120 jaar betrokken in een grootschalige oorlog en in minder dan een week was de strijd alweer afgelopen voor ons, want op 15 mei 1940 was Nederland officieel bezet gebied. Hoe kan het dat ons land al zo snel op haar knieën werd gedwongen?

Gewapend maar neutraal
Als gevolg van de Napoleontische oorlogen (1795-1815) en de Belgische Afscheiding (1839) had ons land zijn positie als grote mogendheid binnen de Europese politiek verloren en was zij steeds meer afhankelijk geworden van de welwillendheid van Engeland, Duitsland en Frankrijk om haar grenzen te waarborgen. Koningin Wilhelmina (1880-1962) waarschuwde in 1905 al premier Abraham Kuyper (1837-1920) dat Nederland, door haar strategische ligging aan de Rijndelta, een groot risico zou lopen om bij internationale conflicten betrokken te raken. Ons land was echter afhankelijk van de handel met zowel Engeland als Duitsland en het sluiten van een bondgenootschap met één van de twee kwam met het risico de ander daarmee direct te provoceren. De beste oplossing was volgens de vorstin dan ook om géén enkel bondgenootschap aan te gaan. Dit was het begin van de Nederlandse neutraliteitspolitiek.1

De regering begreep toentertijd maar al te goed dat neutraliteit met afspraken alleen niet gegarandeerd kon worden. Als gevolg van de groeiende spanningen tussen Frankrijk en Duitsland werd de roep voor een krachtige Nederlandse defensie steeds luider. Volgens dr. Tobias van Gent, universitair docent politieke geschiedenis, resulteerde dit in een Nederlandse leger dat aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) door iedereen serieus genomen werd. Het veldleger bestond uit 95.000 man en deed qua organisatie en uitrusting niet onder voor andere Europese mogendheden. Dankzij deze staat van paraatheid kon Nederland gedurende de oorlog haar ‘gewapende neutraliteit’ succesvol handhaven.2

Het Nederlandse leger van de jaren ’20 en ’30 beschikte helaas over weinig modern materieel. Zij had slechts één tank (Renault FT-17), vijf rupswagens (Loyds Mark VI) en 56 kanonnen (Bofors). Zij beschikte echter wel over een paar honderd motorfietsen (Douglas, Excelsiors en Harley-Davidson) (bron: CONAM)

Nederland had al verloren
Waarom ging het dan twintig jaar later wel mis? Van Gent stelt dat de grootste boosdoener Nederlands eigen nonchalante houding was. Na de Eerste Wereldoorlog verkeerde ons land in een politiek isolement. De geallieerden wisten niet zo goed wat ze met Nederland aan moesten. Ze zagen ons een beetje als oorlogsprofiteurs, omdat we dankzij onze neutraliteit een goed slaatje hebben weten te slaan uit de internationale handel. Als reactie hierop zocht onze regering in 1920 toenadering tot de overwinnaars en besloten zij ons land – geheel tegen alle principes van de neutraliteitspolitiek in – aan te sluiten bij de Volkenbond.3

Als gevolg daarvan voelden wij ons plots een stuk veiliger en werd er met de jaren steeds minder geld geïnvesteerd in defensie. De militaire begroting zakte dramatische in: van 142 miljoen gulden in 1920 naar 88 miljoen in 1935. Het meeste van dat geld ging daarbij ook nog eens naar het uitbreiden van de vloot in Nederlands-Indië terwijl er op de Binnenlandse Strijdkrachten steeds meer werd bezuinigd. De toenmalige commandant van het veldleger, luitenant-generaal jhr. W. Röell, waarschuwde de regering in maart 1934 al dat de Nederlandse neutraliteit niet langer gewaarborgd kon worden, maar geen adequate acties werden hierop ondernomen.4

Nederland vanuit een Duits vliegtuig, mei 1940 (bron: Rijksmuseum)

Bliksemoorlog
Toen Nazi-Duitsland op 10 mei 1940 om 03.55u ons land binnenviel, werd akelig snel duidelijk hoe erg Roëll gelijk had. In Zuid-Limburg, bij Kerkrade en Vaals, stak de Duitse infanterie met weinig weerstand de grens over, terwijl op verschillende strategische plekken in het land, zoals de bruggen bij Westervoort, Doesburg, Zutphen en Deventer, Duitse parachutisten werden gedropt. Het doel van deze verrassingsaanval was dan ook om ons land zo snel en ‘pijnloos’ mogelijk in te nemen. De invasie van Nederland was in het grote Duitse oorlogsplan niet meer dan een bijzaak. Hitler wilde graag zijn weg richting Frankrijk veilig stellen, zonder dat hij al te makkelijk door Engeland in het Ruhrgebied getroffen kon worden.5

In hun standaardwerk Mei 1940 pleiten militair-historici Herman Amersfoort en Piet Kamphuis dat het niet het vermeende ‘barbaarse’ gedrag van het Duitse leger was, dat Nederland op haar knieën dwong in deze meidagen, maar het gebrek aan uitrusting, training en organisatie binnen ons eigen leger. Ondanks moedige weerstand maakte ons leger weinig kans tegen de geöliede oorlogsmachine van Duitsland. Daarnaast besloten onze bondgenoten België, Frankrijk en Engeland dat het uit strategisch oogpunt beter was om niet direct in te grijpen.

Ondanks hetgeen dat vaak gedacht wordt, heeft het Duitse leger zich tijdens de invasie van ons land strikt gehouden aan het internationale militaire recht. Het verwoestende bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 is volgens Amersfoort en Kamphuis – hoe verschrikkelijk het ook was – in deze optiek te rechtvaardigen, omdat de stad een defensieve positie innam.6

Binnenstad Rotterdam na het bombardement van 14 mei 1940 (bron: Nationaal Archief)

Prof. Em. J.M.J. Bosch, brigade-generaal buiten dienst, stelt ook dat de Duitsers zelf van mening waren rechtvaardig te hebben gehandeld. In het Duitse polygoonjournaal Ufa Ton-Woche en het tijdschrift van de Luftwaffe ‘Der Adler’ spreekt men van een “onverantwoordelijke Nederlandse regering” die het Nederlandse leger had achtergelaten met een “zinloze opdracht tot verzet”. Als de Nederlandse regering, die op 13 mei 1940 in ballingschap vertrok, eerder had gecapituleerd had het drama van Rotterdam voorkomen kunnen worden, aldus de Nazi’s.7

Natuurlijk vallen de gruwelijkheden absoluut niet daarmee recht te praten, maar als we heel even de advocaat van de duivel zouden spelen, ligt hier wel een kern van waarheid in. Hoewel de Nederlandse regering niet direct schuldig was, valt hun wel degelijk onkunde te verwijten. Generaal Henri Gerard Winkelman, commandant van de Nederlandse strijdkrachten, was op 15 mei gedwongen om namens Nederland de capitulatie te ondertekenen om een groter drama te voorkomen – de Duitser dreigden namelijk meer steden plat te bombarderen. Daarmee heeft hij wellicht de meest verstandige keuze gemaakt, die hij op dat moment kon maken.

Kortom: Als gevolg van bezuinigdrift en naïviteit was ons land binnen slechts 5 dagen bezet en dat is niet echt iets waar wij trots op mogen zijn. Vanaf 15 mei 1940 was Nederland officieel bezet. Alleen in Zeeland zette de strijd zich nog tot 27 mei voort. Het zou iets minder dan vier jaar duren voordat we weer bevrijd werden.

Generaal H.G. Winkelman verlaat de school in Rijsoord (Ridderkerk) na het tekenen van de capitulatie op 15 mei 1940 (bron: Bundesarchiv)

  1. T. van Gent, Het falen van de Nederlandse gewapende neutraliteit, september 1939 – mei 1940 (Amsterdam 2009), p. 12-14
  2. Ibidem, p. 14-17.
  3. Ibidem, p. 28-29.
  4. Ibidem, p. 30-31.
  5. H. Amersfoort & P. Kamphuis (red.), Mei 1940: De strijd om Nederlands grondgebied (Amsterdam 1990-2012), p. 18-20
  6. Idem, p. 385.
  7. J.M.J. Bosch, ‘Kanttekeningen bij ‘Mei 1940”, in Historiek (2 januari 2013)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *