De Romeinse Limes: een grens die geen grens was

Tegen de achtergrond van de vluchtelingencrisis is de discussie over grenzen flink opgelaaid. Terwijl rechtse politici schreeuwen om de grenzen te sluiten, lijkt de droom van een verenigd Europa met open grenzen ten onder te gaan. Kunnen wij wellicht hierin ook iets leren van de Romeinen en hoe zij met hun grenzen omsprongen?

De Romeinse grens?
De definitie van grenzen zoals we die vandaag de dag kennen, is eigenlijk een hele moderne uitvinding. Tot de opkomst van de natiestaten in de 18e en 19e eeuw, ging het veel meer over invloedsferen dan om een strak afgesproken scheidslijn tussen twee territoria. Grenzen waren overgangsgebieden, die hooguit werden afgebakend door natuurlijke fenomenen, zoals rivieren, bossen en gebergtes. De Romeinse Limes (Latijn voor ‘grens’) was zo’n soort grens.

Noordelijke deel van de Limes door huidig Nederland en het Roergebied (Fragment van ‘Map of the Netherlands with the Roman Rhine frontier’ door G. J. de Vries)

De noordelijke Limes werd afgebakend door de loop van de Rijn. De rivierdelta vormde oorspronkelijk een moeilijk doorgaanbaar gebied van veengrond en wetlands. Sinds de eerste eeuw voor Christus werd deze streek bevolkt door de Bataven en de Cananefaten, die zich het land al snel meester wisten te maken. Toen omstreeks het begin van onze jaartelling de delta onder Romeins bewind kwam, werden deze Gallo-Germaanse stammen door het Rijk ingezet om de Limes te verdedigen tegen stammen uit het noordoosten. Het zogenaamde Insula Batavorum, tussen Rijn en Waal, vormde een bufferzone van het Romeinse Rijk.1

Fysieke sporen
Hoe zag de Limes er eigenlijk uit? We kunnen ons weinig voorstellen van het uiterlijk van deze bufferzone, omdat Romeins Nederland nauwelijks een ‘stenen geheugen’ heeft achtergelaten. Anders dan elders in Europa zijn er bij ons geen tempels, theaters of villa’s terug te vinden. Daarentegen is er in ons land wel sprake van een unieke situatie, volgens Erik Graafstal, archeoloog in dienst van de gemeente Utrecht. Hij stelt dat kwetsbare materialen, zoals hout, leer, zaden, stuifmeel en botten, nu juist goed geconserveerd zijn in onze veengronden, daardoor zijn er nog veel bodemsporen terug te vinden van de houten verdedigingswerken van de Limes.2

Reconstructie Romeinse wachttoren bij Vechten langs de Marsdijk (bron: De Kromme Rijn, Oud-Houten)

Deze verdedigingswerken bestonden met name uit kleine wachttorens langs de Rijn (zie bovenstaande reconstructie), bedoeld voor observatie en doorgeven van signalen. Op strategische plekken werden deze aangevuld met ommuurde legerkampen (castellum) en daarbij behorend kampdorpen (vicus). Nijmegen, Alphen aan den Rijn, Woerden, Utrecht, Heerlen en Maastricht zijn steden die gegroeid zijn vanuit een vicus. Daarnaast hebben archeologen een groot scala aan logistieke constructies, zoals aanlegsteigers en bruggen, terug kunnen vinden, die wijzen op een uitgebreide infrastructuur. Wegen, zoals de Via Belgica, werden op de eerste plaats gebruikt om soldaten vanuit een castellum vlug richting het front te verplaatsen, maar waren ook belangrijke verkeersaders voor de handel.3

Culturele uitwisseling
Ondanks deze uitgebreide militaire infrastructuur was er maar weinig sprake van échte grensconflicten. Integendeel zelfs, de internationale handel rondom de Limes was de sleutel tot een langlopende culturele uitwisseling. Hoewel de ‘romanisering’ van onze streken vaak wordt opgevat als een soort agressieve beschavingsmissie van de Romeinen richting de inheemse stammen, was er eerder sprake van een natuurlijk proces, waarbij de ideeën van verschillende culturen met elkaar werden uitgewisseld door langdurige en vredige contacten, als gevolg van de handel.4 De Limes was daarmee niet alleen een militaire bufferzone van het Romeinse Rijk – en daarmee enigszins een grens in onze definitie van het woord – maar het was vooral een cultureel overgangsgebied, dat zich veel verder heeft uitgestrekt.

Meer weten over dit cultureel overgangsgebied van de Romeinse Limes en de vraag of Nederland ‘100% Romeins’ was? Lees dan ook dit artikel.

  1. J.E. Bogaers, ‘Civitas en stad van de Bataven en Canninefaten’, in: Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, vol. 10, (1960), p. 263-265
  2. E. Graafstal, ‘Limes en landschap: over de uitrusting van de Romeinse rijksgrens in het rivierengebied’, in: Oud-Utrecht: tijdschrift voor geschiedenis van stad en provincie Utrecht, jaargang 74 (2001), nr. 6, p. 145-146
  3. Ibidem, p. 147-156
  4. S. Heeren, Romanisering van rurale gemeenschappen in de Civitas Batavorum (Amersfoort 2009), p. 3-16

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *